Gefascineerd door vogeltrek

Marcel Klaassen raakte in de ban van de trekvogels tijdens een vakantie in het noorden van Scandinavië. Daar zag hij de vogels terug die hij kende van de uiterwaarden: bosruiters, witgatjes, groenpootruiters. “Ik zag ze in het noorden terug in een totaal andere biotoop, hoog in de toppen van naaldbomen met hun jongen. Toen vroeg ik me af: hoe krijgen ze het alleen al qua energiehuishouding en timing voor elkaar om zo’n afstand op eigen kracht af te leggen? Ik moest er in de jaren zeventig zelf heel wat moeite voor doen om op die plek terecht te komen. Zo is mijn fascinatie voor trekvogels ontstaan.”

Ecologische rol vogeltrek
Er zijn vogels die ongelooflijke afstanden kunnen afleggen. Rosse grutto’s  bijvoorbeeld vliegen vanuit Alaska non-stop over de Grote Oceaan naar Nieuw Zeeland. Klaassen: “Tienduizend kilometer leggen ze af zonder een druppel vocht binnen te krijgen. Ze vliegen op grote hoogte, waar de lucht dun is en de verdamping groot. Daardoor gaat de ademhaling sneller en bij elke ademteug verliezen ze vocht. Hoe doen ze dat?”
Zijn werk bij het NIOO richt zich op onderzoek naar de bijkomende verschijnselen van de trek: welke ecologische rol spelen vogels in het systeem? Ze leggen niet alleen een grote afstand vliegend af, maar nemen tijdens hun reis allerlei organismen mee: planten, slakken en virussen zoals het beruchte vogelgriepvirus. De vraag is in hoeverre vogels verantwoordelijk zijn voor het transport van deze organismen.
“Een deel van het onderzoek speelt zich af bij het NIOO in Heteren, waar we proeven doen met o.a. eenden die slakjes te eten krijgen en meteen na hun maaltijd tegen de stroom in moeten zwemmen in een goot waar continu water door stroomt. Dezelfde proef wordt uitgevoerd na het eten van zaden, of plastic bolletjes die niet verteerd kunnen worden, om te kijken wat het effect is op het maagdarmkanaal.”

Postduiven
Met trekvogels als kleine zwanen wordt het lastiger. Tijdens de trek ontstaat er namelijk een andere situatie: dan legt de kleine zwaan zijn verteringssysteem stil. Overwogen wordt om proeven te gaan doen in een windtunnel. Een ander idee is om postduiven in te schakelen. “Voor de trek voeren we ze dan plastic bolletjes die onder bepaalde omstandigheden goed te traceren zijn. Omdat bekend is welke route postduiven vliegen, kunnen we de uitgepoepte bolletjes terugvinden en kijken hoeveel ze er onderweg hebben verloren.” veronderstelt Klaassen.
Interessant is om te weten hoeveel slakken een dier eet en hoeveel er uiteindelijk levend uitkomen. Het blijkt dat sommige slakjes de achttien uurdurende passage door het maagdarmkanaal kunnen overleven. De vraag is wat er allemaal gebeurt met zo’n slak die onderweg in een plas wordt gedumpt waar het hij moet concurreren met allemaal aangepaste lokale slakjes. Past hij zich aan?